Emil Landman - 9 weken, 40.000 kilometer, 14 landen, 1 album

 

Emil Landman is een singer-songwriter uit Utrecht. Na zijn succesvolle album Colours And Their Things uit 2014, gaat hij de komende maanden op reis om inspiratie op te doen voor zijn volgende plaat. Niet zomaar een vakantie, maar een treinreis rond de wereld. Voor Bax-Shop houdt hij en blog bij over zijn belevenissen.

INLEIDING

 

Toen we de reis begonnen met plannen zijn we op zoek gegaan naar partners die ons konden ondersteunen. Bij het technische gedeelte (Emil gaat tijdens zijn reis filmen en geluidsopnames maken) dachten we meteen aan Bax-Shop. Wij wilde graag hoogwaardige apparatuur meenemen om opnames die Emil zou gaan maken in de trein, ook te kunnen gebruiken bij het maken van zijn tweede plaat. Bax-Shop leek ons de meest logische partij, omdat ze een heel breed aanbod hebben en snel kunnen schakelen als dat moet. Bax-Shop 

 

BLOG 1 - Moskou 

 

De trein van Warschau naar Moskou deelde ik met Annatolli, een dikkige kalende Rus met een lichamelijk afwijking. Hij is heel vriendelijk en neemt in Moskou dezelfde metro als ik om me helemaal naar de voordeur van het hostel te brengen. Zou hij dit alleen voor de gezelligheid doen of is Moscou zó onveilig dat hij dit echt nodig vond?

In het Hostel ontmoet ik een 67 jaar oude Amerikaan, die al meer dan 100 dagen in Moskou is. Zijn visum liep af terwijl hij onschuldig een paar dagen bij de politie vast zat. Hij is nu voorwaardelijk vrij maar toch gevangen in Moskou.

 

Ik voel me onveilig en meld me aan op Skype. Mijn vriendin is gelukkig online in Nederland en die heeft altijd een lekker ontnuchterend effect op mij. 'Je komt niet zomaar in de gevangenis dus ga gewoon de stad in, het komt goed' zegt ze. Ik loop naar het Kremlin, bezoek een aantal musea en maak een selfie bij de St. Basil’s Cathedral. Vreemd, want Russen gebruiken veel meer dille dan basilicum :-) Ook op de kaviaar die ik bestelde zaten drie takje dille. De eitjes van de zalm waren overigens veel zouter dan ik had verwacht en ik denk dat ik nog wel een potje nodig heb om te beslissen of ik het lekker vind.

 

Ik ontmoet een Pool, Krys. Woonachtig in Moskou, maar met een Engelse opvoeding. De perfecte combinatie van perfect “posh” Engels en de rauwheid die je nodig hebt om je staande te houden in het dagelijks leven in Moskou. Hij laat me de stad zien en stelt me voor aan zijn huisgenoot Laura, een Franse dame die studeert in dezelfde stad als Krys. We eten samen en bezoeken een rommelmarkt. Daar word ik de trotse eigenaar en van een authentiek Russisch schaakspel. 

 

De stad is waanzinnige mooi, overal waar je kijkt zie je kerkjes, kathedralen en beeldschone gebouwen in pasteltinten. Voor de mensen hier is het niets bijzonders, maar ik pak elke vijf minuten mijn camera om de hoogtepunten te filmen.

Terug in het hostel is het nog steeds heel rustig en er zijn weinig toeristen. Onder mij in het stapelbed ligt Ahmend. Hij slaapt elke dag tot 14.00, stapt dan onder de douche en zegt dat hij een pakketje moet ophalen bij het vliegveld. Hij is vervolgens pas om 4 uur 's nachts weer terug. Je merkt niets van hem, totdat hij 's morgens een hoestbij heeft. Ik bied hem een vitaminepil aan en hij zegt “nee dank je”. 

 

Blog 2 - Listvyanka 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Are you Mr Landman”, hoor ik in Engels met een authentiek Russisch accent als ik uitstap in Irkutsk. Na 4 dagen achter elkaar in de trein zeg ik met enige twijfel: “Yes, thats me”. “Happy birthday, from Juri Mr Landman, follow me”. Ik loop achter een grote Rus aan en wordt in een busje gestopt. 

“So, Mr. Landman, here is your train ticket to Mongolia and have a nice stay at the Baikal Lake. Don’t forget to eat some Omul fish, and make sure to hold on tight, my driver rides fast and the road is bumpy. He doesn't know any english, so if there is a problem, call Juri. I have some other business to attent to but please enjoy the ride”. De Rus stapt uit, tikt twee keer op de vooruit en het gaspedaal wordt flink ingetrapt.

Na anderhalf uur kom ik misselijk aan in Listvyanka. Ik loop drie betonnen traptreden op naar een houten lodge die trots op het hoogste punt van de heuvel staat. Ik ga naar binnen en iedereen verdwijnt snel naar de keuken. Vanuit daar wordt geroepen: “Are you Mr. Landman?”, “Yes, that’s me” zeg ik en het wordt stil in de keuken. Een halve minuut verstrijkt. Dan komt plotseling de eigenaresse zingend uit de keuken gelopen met een taart met kaarsjes.. Ik voel me oprecht jarig en deel de taart met de vrouw, de chauffeur en een stelletje wat ook net is aangekomen. 

Daarna is het tijd om de kamer te zien waarin ik de komende dagen ga verblijven. Het uitzicht is prachtig! Het eerste wat ik doe is het opbouwen van mijn kleine portable studio. Tijdens mijn treinreis van Moskou naar Irkutsk had ik een kort stukje gitaar bedacht wat maar in mijn hoofd bleef hangen. Door het warme onthaal en het waanzinnige uitzicht was de eerste zin die uit mijn mond kwam bij het spelen van die akkoorden “Tell me this is real, because it makes me feel so good”, en daarmee had ik meteen de hook van mijn eerste liedje. Ik nam de demo voor het liedje op al kijkend tussen de twee heuvels door naar het meer.

Na deze eerste opnamesessie is het dan eindelijk tijd om de befaamde gerookte Omul te gaan proeven. Ik vind hem in een klein restaurantje aan de waterkant. Binnen zitten acht chinezen en we praten wat. Na het proeven van deze voortreffelijke vis vraagt Amy, de best Engelssprekende Chinees of ik zin heb om mee te gaan naar een viewing point. Natuurlijk had ik daar zin in, het was immers mijn verjaardag en daar hoort na gerookte vis ook een goed uitzicht uiteraard bij :-) 

Ik had me geen mooiere verjaardag kunnen wensen, ik schreef een liedje, at taart met Russen, beklom een heuvel met een berg Chinezen, at een vis die alleen in het Baikal meer leeft en toen ik 's avonds thuis kwam vond ik de cadeautjes van mijn vrienden in mijn backpack. Ik voel me een gezegend en gelukkig man. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blog 3 - Irkutsk 

 

 

Vanuit het onwerkelijke mooie Listvyanka word ik door dezelfde chauffeur van de heenweg teruggereden naar Irkutsk. Even wagenziek en misselijk als op de heenweg, kom ik rond 11.00 aan bij Station Irkutsk-centraal. Ik zwaai de chauffeur vaarwel en bedenk hoe ik de tijd tot het vertrek ga besteden. Eerst opzoek naar een goede kop koffie. Na ongeveer een uur lopen stuit ik op het hip uitziende “Dubbel Coffee”. Na de oploskoffie van Listvyanka kan ik wel een dubbele kop gebruiken. Ook klap ik na een aantal dagen weer eens mijn laptop open en ik zie dat er gemixte versies van de eerste liedjes binnen zijn. Ik zet de download aan en bestel een cappuccino. Na de tweede cappuccino staan de liedjes op mijn telefoon en besluit ik al lopend te luisteren naar wat ik allemaal heb opgenomen met de portable Bax-Shop studio. 

Ik loop al muziek-overpeinzend door Irkutsk tot dat ik aan de linker kant van de straat een bar zie. De lampen op de gevel flikkeren. Een oud Sovjetpand dat met de lichtreclame 'Cheap Drinks' op een a-ritmische manier de steeg verlicht. Ik maak er een foto van en op dat moment wordt ik aangesproken door een jongen. “Can I walk with you”? Where are you going?" vraagt hij. "Well, off course you can walk with me, whats you name?" antwoord ik. “Igor”.  

Ik vraag mijn nieuwe vriend waar hij heen moet. “I live real close to station, yes, I walk with you”. Ok, prima. Het gesprek gaat een beetje over zijn leven en wat hij zo allemaal doet. Igor is jong,ik schat ongeveer 16 jaar, draagt een bril en heeft een vriendelijke expressie op zijn gezicht. Ik vertel dat ik nog wat boodschappen moet doen voordat ik de trein in stap. Onderweg naar de Spar vraagt Igor af en toe wat rare dingen. 

In de supermarkt gaat het steeds een stapje verder en krijgt ik orders als “You buy this” en “This bread, you need”. Uit vriendelijkheid neem ik een kaasbroodje en lopen we door. Het volgende wat ik moet pakken is een fles Vodka. “The others I walk always buy Vodka”, you buy this!”. Ik leg Igor uit dat ik de vorige keer niet zo’n goeie ervaring had met het drinken van Vodka en dat ik deze keer even oversla. 
Al mokkend, loopt hij met de fles Vodka achter me aan. Nadat ik bij de kassa tegen hem zeg dat ik echt geen Vodka wil zet hij de fles terug. Buiten gaat hij voor me staan en zegt hij. “We now go somewhere quite where we can talk? Maybe drink some Thee. Maybe my house? Somewhere, we sit. No People”. 

Ik vind het erg moeilijk in te schatten wat ik hiermee moet. In hoeverre is dit vriendelijk bedoeld en in hoeverre heb ik mijn moeder beloofd om niet mee te gaan met vreemden? Na de rare vragen en dwingende boodschappentips besluit ik dat ik hoe dan ook geen zin heb om bij Igor thee te drinken, veilig of niet. Ik zeg: "Igor I wil  go to the train and pick up my bag at the locker, thanks for walking with me”. 

“What? No Thee? The others always drink thee with me! What you think? You Think I’m Crazy? You heard of tourist trap? You Think I’m psychopath? What is this?……"

Deze wending komt wel erg onverwachts en ik heb hier totaal geen zin in, psychopaat of niet. Ik bedank hem en maak langzaam aanstalten om weg te lopen. Igor laat het er niet bij zitten en loopt met me mee, steeds net wat achter me. Ik hoor van allerlei geluiden schuin achter mij en de gezichtsuitdrukking van Igor is beduidend anders dan toen ik hem leerde kennen. Dit is het eerste moment op mijn reis dat ik me wat onveilig begin te voelen, ook al is er nog niet echt iets aan de hand.

Ik vraag mezelf af wanneer ik me voor het laats onveilig voelde in Nederland in het bijzijn van een 15-jarige. Ik kan het me niet herinneren, maar dit is Rusland en daar zijn de pubers wel wat anders dan in ons land. 

Bij de kruising waar Igor rechtdoor moest naar zijn huis en ik links voor het treinstation vraag ik me af wat er zal gebeuren. Ik stop en draai me om. Igor, zegt: “Your train, you must wait, come we talk, just you me”. Ik geef hem een hand, bedank hem en loop naar mijn trein. 


Ik voel me raar. Ik vraag me af hoe mijn beeld van Rusland is gevormd door de media en hoe het eigenlijk echt is. Waarom voel ik me geïntimideerd door iemand die 11 jaar jonger is? Was hij gewoon vriendelijk en heb ik hem beledigd of heeft hij thuis een vriezer vol met toeristen? Ik zal het nooit weten. Een schuldgevoel komt naar boven en ik besluit dat ik Igor heb beledigd, dus Igor, als je ooit is in Utrecht bent dan ben je van harte welkom voor een kopje thee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blog 4 - Terelj National Park 

Na een nacht in de trein komen we aan bij de grensovergang naar Mongolië. Ik laat het rauwe maar hartverwarmende Rusland achter me om over een paar uur aan te komen in de hoofdstad Ulaanbaatar. Vanuit daar zal ik nog 2 uur rijden naar het Terelj National Park om daar in een traditionele tent te slapen.

 

De meeste grensovergangen die ik voor mijn reis had waren altijd met het vliegtuig. Het letterlijk 'overgaan van een grens' associeer ik dus met het wachten in een rij met je handbagage in je hand, moe van de vlucht en ruikend naar airco. Vervolgens zeg je dat je vooral niet komt werken en beloof je dat je ook weer op tijd weg gaat. Vingerafdrukken, foto en doorlopen. 
In de trein werkt dit anders. 

Bij een grensovergang wordt de trein stil gezet bij een station en komt er een groep officiers binnen. Iedereen blijft in zijn eigen wagonnetje en je volgt de orders op. Deze variëren van het afgeven van je paspoort tot het antwoord geven van vragen tot het openen van al je spullen en het door een drugshond worden besnuffeld. Bij de grens van Mongolië wordt de trein echter al voor het station stil gezet. Ik kijk naar buiten en zie een officiershuisje met een buiten-train-plek. Een soort  van Amerikaanse outdoor gevangenis workoutcentre. Nu wordt het in de winter in Mongolië makkelijk 30 graden onder nul. Ik geloof echt wel dat dit rauwdouwers zijn hier, maar ik vraag me af of er ooit wel eens bij die temperaturen wordt getraind buiten of dat het alleen maar een opstelling is om indruk te maken op de reizigers.. De trein staat stil en uit het huisje komen 15 gewapende mannen rennen. Ze maken wilde gebaren en wijzen naar plekken bij de trein. Daarna wordt er gezocht rondom de trein. Terwijl ik dit schouwspel met grote verwording volg, maakt de rest van de trein zich drukker om de mooie zonsondergang. Ik ben gefocust op de mannen met de pistolen. Ik vraag me af of er écht naar iets gezocht wordt. Wie gooit er nou spullen die je mee zou willen smokkelen 100 meter voor de grensovergang uit het raam? Er wordt gezocht, geschreeuwd, niets gevonden en we mogen doorrijden. Een ding is duidelijk aan iedereen, ze hebben hier pistolen en trainen buiten bij -30. Ik ben onder de indruk en als even later aan mij wordt gevraagd mijn paspoort af te geven knik ik braaf ja en doe ik wat hij vraagt. Ook het openen van mijn backpack en gitaar gaat me bijzonder instemmend af. Dit is niet het moment om een grapje te maken, te filmen, of om te vragen of ik met ze op de foto mag met zijn muts op. Opgelucht ben ik even later een stempel in mijn paspoort rijker.

 

In Ulaanbataar worden we opgehaald en naar het National Park gebracht. Ik verwonder me over alles wat ik zie, het lijkt op een mix van Rusland en China. De mensen hebben nog steeds soort van serieuze blik over zich en zijn duidelijke Aziatisch. Enfin, na twee uur rijden zie ik mijn huis voor de komende 2 dagen. Een witte tent ofwel een ger. Een door stoffen matten geïsoleerde ronde tent met een voordeur, 4 bedden en een houtkachel in het midden. Het warm houden van je ger is onderdeel van de sport. Met een gematigd vuurtje red je het wel overdag, maar voordat je gaat slapen is het wel fijn om wat extra warmte in de ger te hebben. Je stookt het vuur hoog op en blust het met kooltjes die langzaam de warmte verdelen over de nacht. De sport is het vinden van de balans, waardeer wordt je niet midden in de nacht wakker van de kou en wanneer lig je niet zwetend in bed. Ik had het beide nachten mis in die volgorde. 

Mijn dagen daar werden gevuld door paard rijden het schrijven van liedjes, verder heb ik helemaal niets gedaan. Een heuvel beklommen en nagedacht over wat ik fijn vond aan deze plek. Er is niets, geen internet, geen stroom, geen stromend water, geen TV, geen douche, geen wc, niets. Het enige wat er is, is rust. Ik keek naar de sterrenhemel, schreef er een liedje over, was rustig en op een onverwachte manier gelukkig met het missen van dingen.

 

 

 

 

                                                                             Blog 5 - Beijing 

Vanaf Ulaanbaatar is het nog maar één nacht met de trein naar Beijing. Vanaf het moment dat ik aankom op het station wordt het me duidelijk dat  weinig Mongoolse mensen deze trein nemen. Ik neem zelf ook niet zo vaak de trein naar België of Duitsland dus het lijkt me logisch dat deze trein voornamelijk gevuld is met toeristen.
 

In mijn hokkie, twee Nederlanders en een belg. In het hokje naast ons twee Nederlanders en een paar Australiërs en zo verder. Voornamelijk veel Nederlanders. Het valt me ook op dat voor heel veel mensen Beijing het begin is van een langere reis door Azië. Landen als Laos, Cambodja, Thailand worden vaak in die volgorde genoemd. Dit is blijkbaar de trein die iedereen neemt. De trein waarin ik ook toevallig de twee oudere Amerikaanse dames tegenkomen die ook met me in de trein zaten van Moskou naar Irkutsk. De trein waarvan mensen elkaar ook weer in Laos tegenkomen en wellicht ook weer tijdens een full moon party in Thailand. 


Het rondje is eigenlijk maar klein en eigenlijk pakken de meeste mensen voornamelijk de hoogtepunten. Als je dan het aantal mogelijke routes keer het aantal te bezoeken hoogtepunten doet en je dat deelt door het aantal mensen die nu dat specifieke rondje maken dan lijkt dat me dé formule voor de “spontane’ her-ontmoetingen. 

 

Ik ben blij als ik Beijing aankom dat ik niet langer onderdeel ben van deze reizende rekensom. Het is juist leuk om te kijken naar de nieuwe omgeving en de verschillen tussen de landen. De ervaring wordt gewoon wat minder romantisch als je tegelijk een gesprek aan het voeren bent over hoe iemand net verhuist is naar Tuinwijk in Utrecht en het bijzonder gaaf vindt dat ik zo ongeveer naast de Dom woon. Ik wil verhalen horen uit Cambodja, Zuid Afrika, verre landen waar in mijn beleving geen McDonald’s, Zara’s en H&M’s zijn. Laat staan dat ik een verhaal wil horen of hoe iemand ooit werkte bij de Stairway From Heaven, de kroeg naast het conservatorium in Utrecht. Ik doe mijn oordopjes in en kijk uit het raam. 

Het duurde een paar uur voordat ik geld uit een pinautomaat kreeg en mijn hostel gevonden had. Toen ik eenmaal had ingecheckt en mijn tas op mijn bed legde zag ik de fietsen van het hostel staan. Ook stond in de aanwijzingen van mijn reisbureau dat ik de tickets aan de andere kant van Beijing moest ophalen. Ik vroeg om de sleutel van een van de fietsen en ik vetrok met google maps in de ene hand en mijn camera in de andere. 

Het gevoel van vrijheid dat ik op de fiets voelde was te gek. Ondanks dat ik wist waar ik heen wilde kon ik lekker zelf bepalen of ik de snelste route wilde fietsen, overal kon ik kijken, stoppen, ruiken en doorfietsen. Ik fietste langs De Verboden Stad en Tiananmen Square en had ik het idee dat ik zelf dingen aan het ontdekken was. Ik maakte op een rare manier contact met de stad. Niet door uren in een park te zitten of me onder te dompelen in de massa, maar door oog contact te maken met alle mannen en vrouwen op scooters, fietsen, auto’s en driewielers. Oogcontact met tegenliggers.  Iedereen die ik al fietsend op straat tegenkom vecht agressief voor zijn plek in het verkeer en ik zou uiteraard een cultuurbarbaar zijn om daar niet aan mee te doen. Het is een voordeel dat ik in Nederland ben opgegroeid en van jongs af aan op de fiets heb gezeten. Met vallen en opstaan heb ik als kind leren fietsen en ook in mijn studententijd werd onder invloed van alcohol regelmatig mijn evenwichtsgevoel op de proef gesteld. Ik voel me een vis in het water, onbevreesd in de chaos en vrij. Ik voel me dichter bij de stad terwijl ik een man met 3 meter dozen op zijn bagagedrager ontwijk en er een scooter met drie mannen in pak voorbij me raast. Ik snij een langzaam rijdende scooter af in mijn bocht naar rechts en besluit dat ik de rest van de dagen in Beijing al fietsend de stad zou verkennen. 

Op mijn laatste dag ga ik naar de Chinese muur. Die is prachtig, mistig, spannend, en romantisch, maar ik zat wel weer meteen op “De Trein met toeristen”. Voor geen goud zou ik de beelden die ik in mijn hoofd hebt van de muur willen missen maar ze verliest het qua herinnering wel van het fietsen door deze ongelofelijke charmante stad waar ik graag ooit nog terugkom.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blog 6 - Xian

 

In alle steden en plaatsten die ik aandoe op mijn reis stop ik voor een specifiek doel. Ik wil er dingen zien, eten en ruiken. Xi’an is de enige plaatst waarvan ik niet perse de drang voel om iets te ondernemen. Wat me eigenlijk bijzonder goed uit komt. De treinreis van Beijing naar Xi’an was warm en op een rare manier uitputtend. Bij aankomst heb ik hoofdpijn en ik kan niet wachten totdat ik in mijn hostel heb gevonden. De manier waarop dat werkt is ondertussen redelijk bekent terrein. Aankomen op een treinstation in een onbekende stad, lopen naar de metro, halte zoeken, uitstappen bij de dichtstbijzijnde halte in de buurt van het hostel en dan nog meestal eventjes lopen. Deze keer gaat dat wat minder soepel. Mijn hostel zit in de muur die om het stadscentrum van Xi’an is gebouwd en is daardoor erg goed verstopt. Ook helpt het niet dat ik per ongeluk een paar haltes te vroeg uit de metro stap. Enfin, een lange wandeltocht met mijn 30 kilo bagage en een schepje hoofdpijn is all part of the deal. 

Mijn hostel maakt overigens alles goed. Ik plof op mijn tweepersoons bed, zet de verwarming aan en val in slaap. Als ik wakker wordt heb ik nog meer hoofdpijn. Ik zet mezelf erover heen, ga opzoek naar een pinautomaat en besluit een doos oploskoffie te kopen en eten voor de rest van de dag. Met wat gestuntel bouw ik mijn studio op in het raam van mijn kamer en begin de ideeën van de vorige dagen uit te werken. Omdat er niets in Xi’an is wat ik perse wil zien, ben ik voor het eerst deze reis helemaal rustig. Er is namelijk niets wat roept “Emil als je nu niet komt dan zie je me nooit meer”. Ik spendeer de hele middag en avond al experimenterend met mijn opnameapparatuur. 


Ondertussen wordt ik al wat handiger met de Zoom H6. Ik begin gebruik te maken van de over-dubfunctie en het resultaat is dat naast de twee liedjes waar ik al langer mee bezig was, er een derde liedje ontstaat en aan het eind van de avond heb ik drie nieuwe liedjes, prima score. Wat me opvalt is hoe fijn de set-up is die ik hiervoor gebruik. Dat ik met vier kanalen tegelijk kan opnemen maakt het opnemen van liedjes erg leuk. Als ik bijvoorbeeld mijn gitaar wil opnemen dan kan ik alle vier de ingangen gebruiken om die op te nemen. Los van de DI die de gitaar rechtstreeks opneemt, heb ik de Neumann TLM 102 rond de 12de fret staan en de XY mic’s van de H6 iets verder van me af, gericht op de gitaar. Op deze manier heb ik naast een de directe sound van de DI en de warmte van de TLM, ook nog wat roomgeluid. Superluxe voor iemand die gewend is altijd demo’s te maken met zijn Iphone. Ook het overdubben bij het maken van demo’s is nieuw voor mij. Het wrijven over een spijkerbroek met mijn hand blijkt een prima manier om een pulse toe te voegen. Zachtjes wrijven met de Neumann er dicht op en zo hard mogelijk gegrind, heb ik een soort van shaker. 

Na de demosessie stuur ik de losse sporen naar de Mailmenstudio in Nederland en krijg ik al vrij snel de gemixte versies van de demo’s terug. De mixes zet ik in de lijst van demo’s voor de nieuwe plaat en ik zie hoe de lijst van mogelijke liedjes langzaam groeit. Ik weet natuurlijk niet van te voren of ik wel ooit genoeg liedjes ga schrijven deze reis voor het maken van een hele plaat, dus het toevoegen van drie liedjes aan deze lijst voelt goed. Gevoelsmatig ben ik nog in het begin van de reis en de lijst telt nu zo'n zes liedjes. 

Terugdenkend aan Xi’an kan ik niets opnoemen wat bijzonder was, maar ik denk er met een erg fijn gevoel aan terug. Ondanks dat ik me niet zo lekker voel en dat ik twee dagen heb geleefd op oploskoffie en instant noodles ben ik toch erg blij met de uitkomst van mijn twee dagen in Xi’an. Next stop: Shanghai! 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blog 7 

Shanghai 

 

 

Vanaf Xi’an staat mij een 28-urige treinreis te wachten regelrecht naar Shanghai. Mij wordt aangeraden om minimaal een uur voordat mijn trein vertrekt aanwezig te zijn op het station. Nu ben ik gewend om in Utrecht met mijn ov-chip kaart langs een paaltje te lopen, een bliep te horen en mijn saldo te zien dus ik kan me moeilijk voorstellen dat er een uur nodig is om een station binnen te lopen en mijn perron te vinden, maar als snel wordt me duidelijk dat het er hier anders aan toe gaat. Buiten het station staan grote politiefuiken opgesteld waar de lange rijen reizigers opgesteld staan en langzaam persoon voor persoon door een checkpoint moeten. Paspoort plus treinkaartje moet ik laten zien en het kost me ongeveer 20 minuten om het station binnen te komen, dezelfde tijd die het normaal gesproken kost om van Utrecht naar Amsterdam te komen. Eenmaal binnen realiseer ik dat ik nog niets heb gegeten en ik koop 2 bakken instant noodles. In China is het gebruikelijk dat in de buurt van elke toiletvoorziening een kokend waterinstallatie staat. De vork wordt meegeleverd in de verpakking van de noodels en verder heb je dus niets nodig. Het valt me op dat de gemiddelde bagage van de reizigers zwaarder lijkt de dan het gewicht van de vervoerder zelf. Grote pakken, dozen, trolly’s allemaal tot de nok toe gevuld met Joost mag het weten. Alles moet mee, dat is duidelijk. 

 

De maaltijd is net zo pittig als goedkoop en nadat het spoor van de trein naar Shanghai bekend is gemaakt, word ik wéér door een checkpoint geleid. Paspoort, treinkaartje, bagagecheck en ik mag weer door. Het is niet te geloven hoeveel mensen er richting de trein lopen. Ik vraag me af in wat voor trein ik terecht kom. Het zijn meer mensen dan die ik ooit in een vliegtuig zag stappen. Als het er 1000 waren dan zou ik dat geloven. Eenmaal in de trein word het me wat meer duidelijk. 

 

Er zijn twaalf open slaapvertrekken zonder afscheiding in elke coupe. Alle twaalf tellen ze zes bedden, drie verdiepingen hoog aan beide kanten. 72 slaapplaatsen per coupe. Het aantal coupes gaat verder dan ik kan kijken en ik geloof wel dat er genoeg plek is in deze trein voor de hele kudde Chinezen en ook voor mij. 

Ik hoor een baby die huilt en de regel is. “Huilt er een baby in een vliegtuig of trein? Dan zit u er gegarandeerd naast”. 

 

Helaas is dit niet de uitzondering op de regel en ik zie de reis de komende 28 uur somber in. Mama en baby komen naast me zitten op mijn bed en het gehuil gaat door. Het stopt niet. Niet na een uur. Niet na twee uur. Niet na drie uur. Natuurlijk draagt deze baby ook geen luier dus eens in de zoveel tijd wordt er een bezem gehaald om de verse urine aan de kant te vegen. Het dragen van een rubberen broek blijkt een prima optie om de vloeistoffen zo direct mogelijk in het gangpad te geleiden. Prima, ik ben in hun land en dit is kennelijk normaal. Niemand geeft er iets om en het gehuil gaat door. Het stopt niet. Nog een paar uur en het kindje wordt misselijk. Er ligt kots op mijn bed, ik pak wat tissues uit mijn tas veeg het op terwijl het gehuil weer begint. Ik hou een mandarijn op en kijk het kindje vragen aan. Mijn offer wordt aangenomen en direct op de grond gegooid. Een kinderschoen komt met kracht neer op het mandarijntje en even later wordt de schil samen met het nieuwe plasje van mijn grootste ergernis ooit aan de kant geveegd. Er is geen ontsnappen aan. 

 

Nog 12 uur te gaan. Ok, slapen Emil, slapen, dan is het sneller morgen. Ik luister naar wat demo’s en val weg. Ik wordt wakker, gehuil. Wakker, gehuil, slapen, wakker, gehuil. Na een korte nacht is het meteen weer raak. Pis op de vloer en meer gekrijs in mijn oor. Ik ben klaar met de beleefdheid en blijf liggen. De ongeschreven regel in de trein is dat als iedereen in de coupe wakker is, je gaat zitten en je bed de rest van de dag bank is. Sorry, maar mama en haar kindje hoef ik vandaag niet op mijn bank te hebben. Nog 5 uur tot Shanghai en ik blijf liggen. Ik sluit mijn ogen en probeer te slapen. 

 

Ik pak mijn camera en begin mezelf te filmen voor de vlogs die ik maak, ik zie mijn gezicht op het schermpje en schrik van de moeheid die ik zie. Ik ben er klaar mee. Echt klaar. Het hoogtepunt wordt bereikt als ik na een uur gehuil een mandarijntje wil pakken.

Alle mandarijnen voelen nat. Sommige uit elkaar gespat en ik kan het me niet anders voorstellen dan dat ook deze mandarijnen onder de voeten zijn beland van dit kleinde duiveltje. Of ze zijn onder gepist. Dan maar geen ontbijt. 

De trein komt aan op de bestemming. Ik pak mijn spullen, kijk niet om me heen en volg zonder na te denken de boorden Metro. Ik stap in de metro en in de mijn dromerige staat ook weer uit en vind mijn hotel. 

 

Ik zie mijn kamer en zie het bed. Ik laat mezelf vallen op het zachte matras. Het omarmt mij als een verloren zoon uit Australië die net door Robert Ten Brink terug is gebracht bij zijn mama in Etten-Leur. Ik laat een traan van vreugde.  Mijn grote vriend Sir Huil-A-Lot is opzoek naar zijn volgende slachtoffer en ik val in een diepe slaap. 

 

Ik spreek met mezelf af dat ik op avontuur ga als ik weer wakker word, maar nu eerst lang slapen. Tot nu toe de heftigste treinreis die ik ooit maakte.